Klimaat Metingen

WTA van Eijsden verzorgt klimaat metingen op basis van CO2 (koolstof dioxide) , RHV (Relatieve luchtvochtigheid) , temperatuur en fijnstof. Hiermee kan men bepalen of het klimaat in een verblijfsruimte gezond is. Met een verblijfsruimte kan men denken aan een kantoor, klaslokaal, kinderdagverblijf of een andere verblijfsruimte.
Wij streven naar een luchtvochtigheid tussen de 40% en 65% . Een CO2 waarde van maximaal 800 PPM. Fijnstof waarden voor PM10 maximaal 30 PPM en voor PM2.5 maximaal 20 PPM per m3. Deze waarden zijn als gezond aangegeven door de overheid. Na de metingen, welke wij minimaal 24 uur uitvoeren, kunnen wij een plan op stellen om de waarden naar een juiste en gezonde waarde aan te passen.

OVERDRACHT VAN INFECTIEZIEKTEN EN ZIEKTEVERZUIM
Er is voldoende en overtuigend bewijs voor een associatie tussen de mate van ventilatie en luchtbeweging in gebouwen en de verspreiding van infectieziekten (Li et al, 2007). Op dit moment ontbreekt echter nog onderzoek, waaruit minimum ventilatiehoeveelheden zijn vast te stellen in relatie tot de verspreiding van infectieziekten via de lucht. Ventilatie heeft een positief effect op het verminderen van het ziekteverzuim onder scholieren. Een onderzoek in ruim 400 Amerikaanse scholen geeft aan dat er een verband is tussen de CO2-concentratie en ziekteverzuim. Een verhoging van de CO2-concentratie met 1.000 ppm ten opzichte van buiten levert een verhoging van het ziekteverzuim met 10 tot 20 procent (Shendell et al., 2004). Het is aannemelijk dat ook onder leerkrachten het ziekteverzuim toeneemt naarmate de CO2-concentratie stijgt. Een studie van Fisk et al. (2003) voorspelt de kans dat een persoon besmet raakt in een kantoorgebouw. In deze studie is het effect van een verhoogde ventilatie tijdens milde buitencondities bestudeerd. Normaal gesproken zorgt ventilatie tijdens milde buitencondities voor een verlaging van de koelkosten. Hij concludeert echter dat vooral het verminderde infectierisico en daarmee het ziekteverzuim voor een besparing zorgt .
Volgens Milton en Rudnick (2003) is de aanvaardbare verhoging van de CO2-concentratie afhankelijk van het type ziekteverwekker. Bijvoorbeeld bij griep geeft een CO2-verhoging van 100 ppm al een verhoogd risico, bij het rhinovirus ligt de grens bij 400 ppm. Bij mazelen is het daarentegen praktisch onmogelijk met ventilatie het infectierisico te verkleinen.

Bron CO2indicator.nl